woensdag 27 februari 2013

Geldzucht

"Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend." (1 Timoteüs 6:9,10)

Paulus schrijft niet aan Timoteüs dat geld de wortel van al het kwaad is, maar de GELDZUCHT. Dat wil zeggen de zucht of de verslaving naar meer en meer en meer. Dat veroorzaakt allerlei problemen, omdat dit doel alleen maar te bereiken is ten koste van anderen. Ten diepste is geldzucht dan ook een probleem van egoïsme.

Een christen kan pas echt leven uit de overvloed die Jezus belooft (Johannes 10:10b), als hij zijn leven bewust overgeeft aan God en dagelijks de leiding van God in zijn leven zoekt. Zo kan een christen ook pas echt vrede vinden met betrekking tot zijn financiën, als hij bewust al zijn geld en bezittingen onder controle van God heeft gesteld en als het hem duidelijk is dat hij rentmeester is van datgene wat hem is toevertrouwd. Een rentmeester beheert geld en bezittingen van iemand anders. Alles wat wij bezitten, behoort God. Onze op gave is niet meer en niet minder dan die bezittingen een tijdje te beheren.

Misschien wil je vandaag eens heel bewust jouw geld en alles wat daarmee verbonden is bij de Heer brengen. “Heer, ik dank U voor alles wat U mij in bruikleen hebt gegeven. Het behoort U toe. Ik wil een goede rentmeester zijn van alles wat U mij heeft toevertrouwd. Help mij om een juist en bijbels perspectief op geld en bezittingen te hebben. Amen”.

dinsdag 26 februari 2013

God en Mammon

Wat is geld? Niet meer en niet minder dan een geautoriseerd ruilmiddel. Met andere woorden, geld zou de betrekking tussen mensen moeten helpen en vereenvoudigen. Het tegendeel is echter vaak waar. Geld en bezittingen creëren veel problemen in de relatie tussen mensen. Waarom? Omdat wij steeds meer willen hebben. Omdat wij meer willen hebben dan anderen. Omdat wij onverzadigbaar zijn.

In essentie zouden geld en bezittingen als volgt gebruikt moeten worden:
1. Voor een comfortabele voorziening van de eigen levensbehoeften. (Voeding, onderdak, kleding, gezondheid, ontwikkeling, ontspanning, etc.)
2. Voor het op weg helpen van de volgende generatie. (Opvoeding en opleiding van de kinderen; eventuele financiële hulp bij hun zelfstandige start in de samenleving, erfenis, etc.)
3. Als een appeltje tegen de dorst. (Geld reserveren voor eventuele problemen, moeilijke tijden en voor de oude dag.)
4. Om weg te geven. (Anderen helpen.)

Jezus zegt in Matteüs 6:24: "Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de Mammon." (Mammon is een Aramees woord dat vermogen of rijkdom betekent. Jezus gebruikte dit woord om daarmee de macht van geld aan te geven.) Anders gezegd, je kunt niet jezelf dienen en tegelijkertijd God dienen. Dat gaat niet samen. Daarom is het zo belangrijk dat wij tijd nemen om ons hart te onderzoeken ten aanzien van geld en bezittingen. Zonder dat wij daar bewust voor kiezen kunnen geld en bezittingen God wegduwen en Zijn plaats in ons leven gaan innemen.

maandag 25 februari 2013

Geld en geven

Het februarinummer van Uitdaging had als thema ‘Geld en geven’. De afgelopen week ontving ik een reactie hierop van Bert van der Laan. Graag geef ik die reactie hieronder weer. Een goede aanleiding voor mij om in de loop van deze week wat gedachten door te geven over geld.





Als je Jezus gaat volgen, zit daar alles bij. Alles. Dus ook je geld. Anders houd je toch wat achter. Dat betekent dat AL je geld van de Heer is. Dat klopt ook, want wij zijn rentmeester (1 Petrus 4:10) en wij bezitten dus niets, alles is van de Heer. Dat haalt gelijk alle spanning weg van ons bestedingspatroon. Nee natuurlijk, want we moeten wel goed rentmeester zijn. Maar dat mag vanuit de ontspanning die de Heer ons geeft. Dus als je tienden geeft, is dat prima. Als je meer geeft, is dat prima. Als je minder geeft, is dat prima. De basisregel is: Het is heerlijk om te geven. Je moet er ook niets van terugverwachten anders is het geen gift.

Ik was een keer op bezoek bij mensen die van giften leefden en de luxe waarin zij leefden, verbaasde mij. Ik heb daaruit geleerd dat je de gift volkomen moet loslaten. Anders is het geen gift. Dan koop je er namelijk iets voor terug. Bijvoorbeeld je wilt weten wat het bestedingspatroon is van degene aan wie je hebt gegeven, en dan heb je niet gegeven!

Als je over te weinig geld beschikt, kan het zijn dat je te weinig geeft. Vorig jaar liepen mijn inkomsten terug, en na afloop van het jaar constateerde ik dat ik meer had gegeven. Maar dat is dus geen wet, Jezus laat daarin vrij!

Geld is, zoals de bijbel ons waarschuwt, een gevaarlijk middel. We moeten er iedere keer bij stil staan dat dit zo is, zoals Jezus ons waarschuwt. En ons realiseren dat we rentmeester zijn en het dus niet van onszelf is. En zo mogen we omgaan met hetgeen de Heer ons toevertrouwt. Met vallen en opstaan. Dat moet ik mijzelf dus net zo goed voorhouden.

Bert

vrijdag 22 februari 2013

Het Lam van God

In Leviticus 16 kunnen wij lezen hoe de Israëlieten verzoening vroegen voor hun zonden. Aäron, de hogepriester, moest één keer per jaar twee geitenbokken nemen en die voor het aangezicht van God brengen, bij de ingang van de tent der samenkomst. Eén van die twee bokken moest dan worden geofferd om zó verzoening te krijgen voor de overtredingen en de zonden van het volk. De andere bok moest echter in leven blijven. In de verzen 21 en 22 lezen wij wat daarmee moest gebeuren: "Hij legt dan zijn beide handen op de kop van de bok en spreekt alle wandaden en vergrijpen van de Israëlieten openlijk uit, alle zonden die ze hebben begaan. Zo legt hij alle zonden op de kop van de bok. Daarna moet hij het dier de woestijn in sturen, onder de hoede van iemand die daarvoor is aangewezen. De bok neemt alle zonden van het volk met zich mee, naar een verlaten gebied." Voor de verzoening van de zonden was het nodig dat één bok stierf; de onschuldige bok stierf in plaats van de schuldige mensen. Op de tweede bok werden als het ware alle zonden van het volk overgebracht. Deze bok werd dan buiten het tentenkamp gebracht om de zonden uit het midden van het volk te verwijderen.

Dit alles had Johannes de Doper ongetwijfeld in gedachten toen hij Jezus Christus bij de mensen introduceerde met de woorden: "Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt." (Johannes 1:29b). Jezus Christus stierf, net als die ene bok, als onschuldige voor de zonden van anderen. En net als die andere bok droeg Hij de zonden van alle mensen tot buiten het tentenkamp. Hij stierf buiten de poorten van Jeruzalem. Met Zijn bloed en door het feit dat Hij verstoten werd, verkreeg Hij verzoening voor alle zonden. De zonden van alle mensen van alle landen en van alle tijden. De straf is betaald. Voor eens en voor altijd is genoegdoening gedaan. Dat is goed nieuws.

donderdag 21 februari 2013

Zonde doen en zonde hebben

De door schade en schande wijs geworden apostel Johannes schreef: "Indien wij zeggen dat wij niet zondigen misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet (1 Johannes 1:8)". Het is alsof hij ons wil zeggen: "Houd jezelf niet voor de gek. Denk niet dat jij niet zondigt. Denk niet dat er ooit een tijd komt dat jij niet meer zondigt. Want als je dat denkt ben je niet realistisch. Je houdt jezelf voor de gek. Zonde is en blijft een deel van ons aardse leven".

Zonde doen betekent dat wij zondigen en zo gauw wij dat ontdekken die zonde belijden aan onze Heer en indien nodig en mogelijk ook aan onze naaste. We proberen het weer goed te maken en nemen ons voor op te passen met betrekking tot deze zonde.

Zonde hebben is heel anders. Het betekent dat wij een zonde in ons leven hebben waarmee wij niet afrekenen. Een zonde die wij bewust in ons leven laten. Een zonde die wij mogelijk zelfs koesteren. Voorbeelden zijn: lauwheid, een kritische geest, afgunst, onreinheid, hebzucht, oneerlijkheid ... enz. enz.

Zonden doen is volgens Johannes niet goed, maar wel normaal. Zonden hebben is funest voor ons christenleven. Zonden die wij bewust in ons leven laten maken ons christen leven kapot en onvruchtbaar.

woensdag 20 februari 2013

(Opbouwende) kritiek

Met Uitdaging en ook met deze website timmeren wij aan de weg. Dat trekt automatisch waardering, maar ook kritiek aan. Uitdaging is te dik of te dun, te groot of te klein. De inhoud van de krant of de website is te evangelisch of te reformatorisch. Te direct of te vaag.

Er zijn verschillende soorten kritiek. Soms is kritiek niets anders dan het ventileren van jaloezie (zie gisteren). Ja, ook onder christenen is er helaas veel nijd. Ook als het woord 'opbouwend' aan kritiek wordt toegevoegd betekent dat soms niet meer dan het vergulden van iets wat negatief bedoeld is. Dit soort kritiek mogen wij niet tot ons laten doordringen. Het breekt af en maakt kapot.

Als echter een vriend, dus iemand die het goed met jou meent, kritiek uit, dan is dat een heel ander geval. Spreuken zegt hierover "Oprecht zijn de wonden door een vriend geslagen, maar overvloedig zijn de kussen van een vijand" (27:6).

Het probleem is natuurlijk het onderscheiden tussen goede kritiek en afbrekende kritiek. Onderscheiden is echter een gave die de Heilige Geest schenkt. Als wij vervuld zijn met Zijn Heilige Geest en oprecht met Hem wandelen zal Hij ons inzicht geven in kritiek die wij ons ter harte moeten nemen en kritiek die wij van ons af kunnen laten glijden.

dinsdag 19 februari 2013

Het monster van afgunst

Gisteren hebben wij het gehad over de zonde van lauwheid, die een gruwel is voor God. Er is nog een grote zonde, die veel andere zonden in haar kielzog meesleurt. Dat is de zonde van jaloezie, naijver en afgunst. In wezen zegt deze zonde: ik gun jou niet wat jij hebt, of, ik wil hebben wat jij hebt. Deze afgunst kan van gemene steken onder water, laster en diefstal zelfs tot moord leiden.

Jaloezie is er zolang er mensen zijn en zelfs al daarvoor. De engelen in de hemel rebelleerden tegen God, nog voordat een mens geschapen was, omdat ze gelijk wilden zijn aan God (Jesaja 14:12-14). Adam en Eva zondigden omdat ze ‘als God wilden zijn’ (Genesis 3:5). Kaïn doodde zijn broer Abel omdat hij jaloers was op zijn relatie met God (Genesis 4:8). De Israëlieten bouwden de toren van Babel omdat ze tot de hemel wilden reiken (Genesis 11:1-9).

Ik heb geleerd dat jaloezie een monster is. Nee, ik wil het nog sterker weergeven. Jaloezie, maakt van normale, aardige mensen, monsters, omdat zij reageren en handelen op een manier die buitensporig is en ver uitgaat boven de eigenlijke situatie. Een vrouw lastert over haar vriendin omdat zij zwanger is en zij niet. Een medewerker steelt bij zijn werkgever omdat hij het niet kan verkroppen dat het hem financieel beter gaat. Een man slaat zijn vrouw omdat zij vriendelijk was tegenover een vriend.

Het tegenovergestelde van jaloezie - en daarmee de genezing voor jaloezie - is dankbaarheid. "Dank U Heer, dat U van mij houdt. Dank u voor al het goede dat U mij gegeven hebt. Dank U dat U voor mij zorgt. Dank U voor alles wat mijn naaste heeft. Dank u dat het mijn buurman goed gaat".

Speelt jaloezie een rol in jouw leven? Zeg niet te snel nee, want jaloezie kruipt heel gemakkelijk en onopvallend in de ziel. Als je toch afgunst ontdekt, vertel het eerlijk aan God en dank Hem voor zijn unieke weg in jouw leven.