maandag 17 juni 2013

De gave van barmhartigheid

In Romeinen 12:8 worden vier gaven genoemd. "Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn." Over de gaven van troosten (vermanen), de gaven van geven en de gaven van leiderschap hebben wij het al gehad. Klik op de oranje icon om voorgaande overdenkingen te lezen.

De gave van barmhartigheid is een heel mooie gave die zich richt op de zwakkeren in de samenleving. Deze gave geeft sommige christenen een extra bewogenheid en praktische betrokkenheid bij mensen die sociale noden hebben. Dit is echt een gave van onbaatzuchtige liefde.

Een Bijbels voorbeeld van een vrouw die deze gave had, vinden wij in Handelingen 9:36: "In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen." Denk bij deze gave ook aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.

vrijdag 14 juni 2013

De gave van meedelen

Deze website van Manna-vandaag wordt ondersteund door giften van christenen die dit werk in dienst van de Heer mogelijk willen maken. Eén van de beste en meest trouwe ondersteuners is een vader van een groot gezin. Deze man heeft een eenvoudige baan. Omdat ik mij bezwaard voelde over zijn maandelijkse bijdrage, heb ik hem daar een keer over aangesproken. Hij zei toen: "Neem deze blijdschap van geven alsjeblieft niet van mij weg. Ik kan de Heer niet op dezelfde manier dienen als jullie dat doen. Dit is mijn manier om betrokken te kunnen zijn bij de verkondiging van het Evangelie."

Hoewel het geven voor iedereen belangrijk is, betekent de gave van 'meedelen in eenvoud' zoals die genoemd wordt in Romeinen 12:8, dat God aan enkele leden van het Lichaam een extra begaafdheid en grote blijdschap heeft gegeven in het 'meedelen' aan anderen. Voor deze mensen is het echt zaliger te geven dan te ontvangen (Handelingen 20:35b).

donderdag 13 juni 2013

De gave van vermanen

In onze studie over de gaven van de Heilige Geest bestuderen wij diverse gaven naar aanleiding van vier gedeelten uit de brieven van de apostel Paulus: 1 Korintiërs 12:7-11, 1 Korintiërs 12:28-30, Romeinen 12:6-8 en Efeziërs 4:11-13. In het derde rijtje dat wij bestuderen, Romeinen 12:6-8, vinden wij drie 'nieuwe' gaven. Alle drie hebben zij te maken met een bijzondere liefde voor de naasten.

De gave van vermanen (Romeinen 12:8)
Anders dan het woord 'vermanen' doet vermoeden, gaat het bij deze gave niet alleen om terechtwijzen, maar veel meer om bemoedigen, troosten en adviseren. We kunnen een veel grotere invloed hebben op de levens van mensen om ons heen (ook onze kinderen) door hen te 'sturen' met bemoedigingen dan door hen 'te straffen' met terechtwijzingen.

Een sprekend voorbeeld van iemand die deze gave had, was Barnabas. In Handelingen 4:36,37 kunnen wij lezen dat de apostelen een zekere Jozef de naam Barnabas gaven, wat betekent: zoon van de vertroosting. Een heel toepasselijke naam als wij zien hoe deze man het later onder andere opnam voor Paulus (Handelingen 9:26-30).

woensdag 12 juni 2013

De gave van besturen

Deze gave (1 Corinthiërs 12:28) geeft sommige christenen de extra bekwaamheid om leiding te geven, doelen te stellen en mensen enthousiast te maken om de gestelde doelen samen te bereiken. Deze gave is nauw gekoppeld aan de gave van helpen. Vaak gaat het bij de gave van besturen om mensen die de grote lijnen uitzetten zonder veel oog te hebben voor details. Mensen die de gave van helpen hebben, zijn daarom vaak bij leiders te vinden. Zij vormen een heel belangrijk duo in het proces van leiderschap.

Leiders hebben vaak een eenzame positie. Ze moeten soms beslissingen nemen die niet uit te leggen zijn, of door anderen niet begrepen worden. Ook moeten zij leren goed om te gaan met de macht die verbonden is aan hun plaats binnen de Gemeente. Daarom zijn de volgende woorden van de apostel Petrus in het bijzonder van toepassing op mensen die leiding geven: "Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade." (1 Petrus 5:5b). Paulus schrijft: "Hij (de leider) mag ook niet iemand zijn die net bekeerd is; anders raakt hij verblind en valt hij ten prooi aan de duivel." (1 Timotheüs 3:6).

dinsdag 11 juni 2013

De gave van helpen

God heeft in Zijn zorg voor het Lichaam van Jezus Christus, Zijn Gemeente, de leden van het Lichaam op een unieke manier toegerust "ten bate van de gemeente." (1 Korintiërs 12:7). Deze toerusting, die per persoon verschilt, noemt de Bijbel genadegaven. Tot nu toe hebben wij het gehad over de gaven van wijsheid, kennis, geloof, genezing, krachten, profetie, onderscheid van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelen en onderwijs. Vandaag en morgen de laatste twee gaven in het rijtje van Paulus in 1 Korintiërs 12:28-30, de gaven van helpen en besturen. Twee praktische gaven die veel met elkaar te maken hebben en heel belangrijk zijn voor een goed functioneren van de Gemeente.

De gave van helpen (1 Korintiërs 12:28)
Het woord 'helpen' heeft in het Grieks de betekenis van 'aanpakken', 'meedragen', 'lasten overnemen'. Christenen die deze gave hebben, ervaren grote blijdschap in het 'ontlasten' van medegelovigen die andere taken hebben binnen de Gemeente. Vaak richt dit helpen zich dan ook op christenen die leidinggeven en diegenen die het Woord verkondigen. Op een heel praktische manier worden zij geholpen waardoor zij zonder belemmering hun gave kunnen inzetten voor het Lichaam van Christus. Een bekend voorbeeld van iemand die vreugde had in het dienen is Marta (Lucas 10:38-42). Hoewel zij bezwaar maakte dat haar zuster Maria niet meehielp, is het duidelijk dat zij het als haar taak zag om te dienen, zodat Jezus ongestoord het Woord kon verkondigen. Paulus schrijft over Febe, 'onze zuster': "want ze is velen tot steun geweest, ook mij." (Romeinen 16:2b).

maandag 10 juni 2013

De gave van onderwijzen

Een mooie beschrijving van deze geestelijke gave die genoemd wordt in 1 Corinthiërs 12:28 kunnen wij vinden in Efeziërs 4:12. "Om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd." Deze gave is anders dan de gaven van wijsheid en kennis, omdat bij deze gave niet primair het accent ligt op inzicht en kennis, maar op de communicatie; de overdracht van geestelijke waarheden.

Een goed voorbeeld van iemand die deze gave had is Apollos. Over hem schreef Lucas in Handelingen 18:24,25: "Intussen arriveerde er in Efeze een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht." En even verder, in vers 28: "Hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat Jezus de Messias is."

Deze gave van onderwijs is natuurlijk uitermate belangrijk voor het Lichaam van Christus. Immers, als de gelovigen geestelijk voedsel ontvangen dat niet goed is, heeft dat direct een doorwerking in het geestelijk leven van de gelovigen en van de Gemeente. Vandaar dat Jacobus een waarschuwende vinger heft. "Broeders en zusters, u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat." (Jakobus 3:1)

vrijdag 7 juni 2013

De gave van apostelen

Gaven van de Heilige Geest zou je geestelijke talenten kunnen noemen, die christenen bij hun wedergeboorte ontvangen om elkaar te kunnen dienen. Paulus geeft in zijn brieven vier lijsten met geestelijke gaven. Die lijsten hebben ongetwijfeld niet de bedoeling compleet te zijn. Ook herhaalde Paulus zichzelf in die lijsten. De eerste lijst die wij al bestudeerd hebben, vinden wij in 1 Korintiërs 12:7-11. De tweede lijst staat even verder in 1 Korintiërs 12:28-30. De in deze lijst genoemde gaven van profetie, krachten genezing en tongen hebben wij al besproken. Vandaag en maandag twee gaven die beide te maken hebben met de geestelijke voeding, de opbouw van de Gemeente.

De gave van apostelen (12:28)
Het woord apostel betekent 'gezondene' of 'zendeling'. Deze gave stelt sommige gelovigen in staat om meerdere plaatselijke gemeenten met gezag te dienen. Het gaat hierbij om christenen die geestelijke autoriteit bezitten en ook als zodanig geaccepteerd worden. Vaak zijn het 'geestelijke ondernemers' en visionairs die korte, sterke impulsen geven en dan weer verder trekken. Zij richten zich zowel op de opbouw van de Gemeente als ook op de verkondiging van het evangelie.

Sommige christenen geloven dat deze gave beperkt was tot de eerste twaalf apostelen, de ooggetuigen en diegenen die alles wat ze gezien en gehoord hadden op schrift hebben gezet. Maar in Handelingen 14:14 wordt Barnabas een apostel genoemd, terwijl hij niet tot de eerste twaalf behoorde. Wel was Barnabas als zendeling actief. Hij diende vele plaatselijke gemeenten. In Romeinen 16:7 schrijft Paulus over Andronikus en Junia "die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden ".