Gisteren wonnen 'we' maar liefst vijf medailles bij de Europese kampioenschappen schaatsen. De winnaars, die jarenlang keihard gewerkt hebben voor dit resultaat, werden uitvoerig geëerd. Het rood-wit-blauw werd gehesen. Mensen jubelden. Het Wilhelmus klonk. Ik zette de tv keihard. De rillingen liepen over mijn rug. Kippenvel!
Mooi hoor! Maar weet u, eens worden u en ik nog heel anders geëerd. Voor alle christenen ligt een beloning, een kroon, een gouden medaille klaar. De vergankelijke krans die atleten krijgen, is niets vergeleken bij de prijs die ons christenen eens ten deel zal vallen. Eens zullen wij als 'beloning' Jezus mogen ontmoeten. Als wij onze 'wedstrijd' goed beëindigen, zal Hij Zelf ons een kroon op het hoofd zetten.
"Dan zult u wanneer de hoogste Herder (Jezus) verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt." (1 Petrus 5:4)
"Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans (van Jezus) het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft." (Jakobus 1:12)
"Wees getrouw tot in de dood dan zal Ik (Jezus) u als lauwerkrans het leven geven." (Openbaring 2:10)
"Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter (Jezus), aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien." (2 Timoteüs 4:8)
Wat een vooruitzicht!
maandag 14 januari 2013
vrijdag 11 januari 2013
Rijkelijk geven
Iemand schreef:
Het begrip 'rijkelijk geven' is niet op zijn plaats. God heeft de blijmoedige
gever lief. Als je rijk bent, is het heel eenvoudig om veel te geven, maar als
je arm bent, dan is dat een heel andere zaak.
Ik kan het daar niet
mee eens zijn. In mijn bediening heb ik veel rijke mensen mogen ontmoeten. En
wat heb ik ontdekt? Ook zij hebben, net als mensen die arm zijn, moeite om te
geven. Het is kennelijk altijd moeilijk om afstand te doen van datgene wat ons
toebehoord.
Jezus ging een
keer in de tempel tegenover de offerkist zitten om met aandacht te volgen hoe
mensen offerden. Het interesseerde Hem kennelijk. Veel rijke mensen gaven veel.
Toen zag Hij een arme vrouw die twee koperstukjes in de offerkist wierp. Jezus
riep zijn discipelen erbij en prees deze vrouw. Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u,
deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er
iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed,
maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse
levensonderhoud.
De opdracht om te
geven geldt voor alle christenen: rijk en arm, jong en oud, mensen die van de
bijstand leven en zij die in weelde baden. Het geldt ook voor mij. Ik leid een
christelijk werk en sta zodoende ook aan de ontvangende kant van 'giften'. Maar
ook voor mij geldt de opdracht om te geven. Of beter gezegd: ook ik heb het
voorrecht om blijmoedig en rijkelijk te geven voor Zijn dienst!
donderdag 10 januari 2013
Gelden tienden nog?
Iemand schreef
mij: De opdracht tot het geven van tienden lezen we in de Bijbel in de wet van
Mozes. Het gaat hier om een percentage van de oogst en de veestapel. De
Israëlieten moesten de tienden geven voor de tempel en de priesterdienst, de
Levieten. Geldt deze opdracht nu ook voor de gelovigen in Jezus Christus?
Moeten wij ‘tienden’ geven? Als we iets van de wet verplicht stellen,
bijvoorbeeld het geven van tienden, horen we alle wetten na te volgen. In het
Nieuwe Testament klinkt voortdurend de oproep onszelf niet onder de wet te
stellen, maar onder de genade. Jezus Christus, Gods Zoon, heeft ons bevrijd om
in vrijheid te leven. We hoeven onszelf geen juk op te leggen
Klopt allemaal!
Toch is deze
discussie een beetje overbodig. Waarom? Omdat God ook in het Nieuwe Testament
heel duidelijk maakt dat Hij van ons verwacht dat wij rijkelijk geven voor Zijn
dienst. Jezus zegt in Mattheus 10:8: “Om niet hebben jullie ontvangen, om niet
moeten jullie geven”. En de schrijver van de brief aan de Hebreeën meldt
(13:16): “En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want
dat zijn offers waarin God behagen schept”. In het Nieuwe Testament vinden wij
meer bijbelgedeelten over geven dan over de wederkomst van Jezus.
Wij leven niet
meer onder de wet, maar uit genade. Wij kennen de Verlosser en de Heilige Geest
leeft in ons. Reden genoeg om vrijwillig te geven. En wat is dan tien procent
na alles wat de Heer voor ons heeft gedaan?
woensdag 9 januari 2013
Tienden
Gisteren hebben wij stil gestaan bij het feit dat God van ons vraagt een deel van onze inkomsten af te geven voor Zijn dienst. Zo belangrijk is dit voor God dat Hij er de geweldige belofte van ‘zegen in overvloed’ aan verbindt (zie Maleachi 3:10).
In deze context las ik het volgende verhaal.
Een boer gaf zijn bedrijf over in handen van zijn zoon. Hij zei: denk eraan dat je ieder jaar de tienden geeft voor het werk van de Heer. God heeft jouw geld nodig en jij hebt Gods zegen nodig.
Dat deed de zoon trouw zolang de vader leefde, maar toen de oude boer stierf dacht de zoon: tien procent van mijn inkomsten weggeven is overdreven. Daarom gaf hij het eerste jaar na het overlijden van zijn vader helemaal niets.
Het daarop volgende jaar viel de opbrengst van het land zwaar tegen. Toen hij met zijn oom over deze catastrofe sprak zei deze: vorig jaar heb jij tienden betaald. Het land behoorde jou en de tienden waren voor God. Dit jaar behoort het land aan God en jij krijgt de tienden.
Tja, zo is dat als wij Gods wensen in de wind slaan. Hij wil de vensters van de hemel voor ons openen, maar Hij verwacht eerst een stap in geloof van ons. En wat vraagt van ons meer geloof dan weggeven wat van ons is? Nou ja, wat is werkelijk van ons? Hebben wij niet alles in bruikleen ontvangen?
In deze context las ik het volgende verhaal.
Een boer gaf zijn bedrijf over in handen van zijn zoon. Hij zei: denk eraan dat je ieder jaar de tienden geeft voor het werk van de Heer. God heeft jouw geld nodig en jij hebt Gods zegen nodig.
Dat deed de zoon trouw zolang de vader leefde, maar toen de oude boer stierf dacht de zoon: tien procent van mijn inkomsten weggeven is overdreven. Daarom gaf hij het eerste jaar na het overlijden van zijn vader helemaal niets.
Het daarop volgende jaar viel de opbrengst van het land zwaar tegen. Toen hij met zijn oom over deze catastrofe sprak zei deze: vorig jaar heb jij tienden betaald. Het land behoorde jou en de tienden waren voor God. Dit jaar behoort het land aan God en jij krijgt de tienden.
Tja, zo is dat als wij Gods wensen in de wind slaan. Hij wil de vensters van de hemel voor ons openen, maar Hij verwacht eerst een stap in geloof van ons. En wat vraagt van ons meer geloof dan weggeven wat van ons is? Nou ja, wat is werkelijk van ons? Hebben wij niet alles in bruikleen ontvangen?
dinsdag 8 januari 2013
Mogen wij God testen?
Waarschijnlijk is uw eerste reactie - net als gisteren op de vraag of wij God om een teken mogen vragen - nee, natuurlijk niet. Toch klopt dat niet. God zelf nodigt ons uit Hem te testen.
Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. Maleachi 3:8-10.
God weet dat het ons veel moeite kost om afstand te doen van datgene wat ons toebehoort. Om ons aan te moedigen toch te geven voor Zijn dienst, verbindt Hij daar een fantastische belofte aan: zegen in overvloed die over ons heen gestort wordt. “Geloof je Mij niet”, voegt God daaraan toe. “Test Mij dan, dan zul je zien dat Mijn woorden waar zijn”.
Als deze woorden van God waar zijn - en natuurlijk zijn ze waar - doen wij onszelf op een enorme manier tekort als we niet - of te weinig - geven voor Zijn dienst. Dan missen wij de zegen die Hij ons geven wil, nee de zegen die Hij over ons uitstorten wil. Eigen schuld, dikke bult!
Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. Maleachi 3:8-10.
God weet dat het ons veel moeite kost om afstand te doen van datgene wat ons toebehoort. Om ons aan te moedigen toch te geven voor Zijn dienst, verbindt Hij daar een fantastische belofte aan: zegen in overvloed die over ons heen gestort wordt. “Geloof je Mij niet”, voegt God daaraan toe. “Test Mij dan, dan zul je zien dat Mijn woorden waar zijn”.
Als deze woorden van God waar zijn - en natuurlijk zijn ze waar - doen wij onszelf op een enorme manier tekort als we niet - of te weinig - geven voor Zijn dienst. Dan missen wij de zegen die Hij ons geven wil, nee de zegen die Hij over ons uitstorten wil. Eigen schuld, dikke bult!
maandag 7 januari 2013
Mogen wij God om een teken vragen?
Nee, natuurlijk niet, zal uw snelle antwoord zijn. U weet natuurlijk ook wat er staat in Mattheus 4:7 (Stel de Heer, uw God, niet op de proef) en Mattheus 12:39 (Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken).
Toch is het kennelijk niet helemaal zo zwart/wit. Dat ontdekte ik toen ik het verhaal van Thomas nog een keer op mij liet inwerken (Johannes 20:24-29). Daar staat dat Jezus na Zijn opstanding aan de discipelen verscheen. Thomas was er niet bij. Toen zijn makkers hem vertelden dat zij Jezus hadden gezien was zijn reactie: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven”. Om deze ene uitspraak noemen wij deze apostel de ‘ongelovige Thomas’. Maar was het nou echt zo slecht wat hij deed? De man was praktisch. Hij wilde zekerheid. Eerst zien en dan geloven. Heel begrijpelijk! Toch!
Het interessante voor mij is echter dat Jezus hem, toen Hij een week later weer aan de apostelen verscheen, niet veroordeelde. Hij nodigde Thomas zelfs uit zijn wonden aan te raken en zich te overtuigen dat Hij de opgestane Heer is. Het is alsof Jezus tegen Thomas zei: test mij maar. Wel voegde Jezus er direct aan toe dat er een hogere weg is dan uitproberen. Hij zei tegen de man die wel wilde geloven, maar het even niet kon: “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”.
Thomas leert mij dat Jezus onze twijfels kan begrijpen. Hij leert mij dat ik mag bidden: Heer vandaag lukt het mij niet zo goed U te vertrouwen. Mag ik mijn vingers even in Uw zijde leggen? Mag ik U vandaag concreet en tastbaar ervaren? Ik heb het nodig Heer. Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp! (Marcus 9:24)
Heb jij God wel eens om een teken gevraagd? Wat gebeurde toen?
Toch is het kennelijk niet helemaal zo zwart/wit. Dat ontdekte ik toen ik het verhaal van Thomas nog een keer op mij liet inwerken (Johannes 20:24-29). Daar staat dat Jezus na Zijn opstanding aan de discipelen verscheen. Thomas was er niet bij. Toen zijn makkers hem vertelden dat zij Jezus hadden gezien was zijn reactie: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven”. Om deze ene uitspraak noemen wij deze apostel de ‘ongelovige Thomas’. Maar was het nou echt zo slecht wat hij deed? De man was praktisch. Hij wilde zekerheid. Eerst zien en dan geloven. Heel begrijpelijk! Toch!
Het interessante voor mij is echter dat Jezus hem, toen Hij een week later weer aan de apostelen verscheen, niet veroordeelde. Hij nodigde Thomas zelfs uit zijn wonden aan te raken en zich te overtuigen dat Hij de opgestane Heer is. Het is alsof Jezus tegen Thomas zei: test mij maar. Wel voegde Jezus er direct aan toe dat er een hogere weg is dan uitproberen. Hij zei tegen de man die wel wilde geloven, maar het even niet kon: “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven”.
Thomas leert mij dat Jezus onze twijfels kan begrijpen. Hij leert mij dat ik mag bidden: Heer vandaag lukt het mij niet zo goed U te vertrouwen. Mag ik mijn vingers even in Uw zijde leggen? Mag ik U vandaag concreet en tastbaar ervaren? Ik heb het nodig Heer. Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp! (Marcus 9:24)
Heb jij God wel eens om een teken gevraagd? Wat gebeurde toen?
dinsdag 1 januari 2013
Goede voornemens
Het nieuw jaar 2013!
Hebt u zich veel goeds voorgenomen? Mooie plannen maken is geen probleem. De discipline opbrengen die voornemens ook uit te voeren is een enorme uitdaging. Uit een onderzoek blijkt dat 93% van de mensen de goede voornemens na drie weken vergeten hebben.
Geen goede voornemens dus, maar wel wensen voor het nieuwe jaar 2013. Wat zouden wij ons mogen wensen? Het leven is heel gecompliceerd en tegelijk ook weer zo eenvoudig. Ik denk dat we alle verlangens voor het komende jaar zouden kunnen samenvatten in vier punten.
1. Een goede gezondheid
Ik noem dit als eerste, omdat gezondheid, of beter gezegd het ontbreken daarvan, alles beïnvloedt. Voor een deel hebben wij onze eigen gezondheid niet in de hand. Die wordt bepaald door onze genen en ook door geluk of ongeluk. Een groot deel hebben wij echter wel in onze hand door gezond en verstandig te leven. Iedereen heeft zo zijn eigen maximale gezondheidsniveau.
2. Liefde ontvangen en geven
Liefde ontvangen en liefde geven is een primaire behoefte in ieder leven. Als wij vervuld en omringd zijn met liefde geeft dat de nodige energie om alle uitdagingen van het nieuwe jaar aan te kunnen.
3. Een zeker bestaan
Zorgen om het bestaan maken het leven kapot. Niet teveel en niet te weinig is voor ons mensen het beste. Een meer of minder onbezorgde existentie leidt tot levenskwaliteit.
4. Een levende relatie met God
Dat schrijf ik als laatste, maar is eigenlijk dit het eerste. De persoonlijke, levende en dagelijkse omgang met God is de basis voor alles. Daarmee valt of staat uw nieuwe jaar.
Dit wens ik u toe voor het nieuwe jaar: een goede gezondheid, veel liefde, een onbedreigde existentie en een levende relatie met God.
Hebt u zich veel goeds voorgenomen? Mooie plannen maken is geen probleem. De discipline opbrengen die voornemens ook uit te voeren is een enorme uitdaging. Uit een onderzoek blijkt dat 93% van de mensen de goede voornemens na drie weken vergeten hebben.
Geen goede voornemens dus, maar wel wensen voor het nieuwe jaar 2013. Wat zouden wij ons mogen wensen? Het leven is heel gecompliceerd en tegelijk ook weer zo eenvoudig. Ik denk dat we alle verlangens voor het komende jaar zouden kunnen samenvatten in vier punten.
1. Een goede gezondheid
Ik noem dit als eerste, omdat gezondheid, of beter gezegd het ontbreken daarvan, alles beïnvloedt. Voor een deel hebben wij onze eigen gezondheid niet in de hand. Die wordt bepaald door onze genen en ook door geluk of ongeluk. Een groot deel hebben wij echter wel in onze hand door gezond en verstandig te leven. Iedereen heeft zo zijn eigen maximale gezondheidsniveau.
2. Liefde ontvangen en geven
Liefde ontvangen en liefde geven is een primaire behoefte in ieder leven. Als wij vervuld en omringd zijn met liefde geeft dat de nodige energie om alle uitdagingen van het nieuwe jaar aan te kunnen.
3. Een zeker bestaan
Zorgen om het bestaan maken het leven kapot. Niet teveel en niet te weinig is voor ons mensen het beste. Een meer of minder onbezorgde existentie leidt tot levenskwaliteit.
4. Een levende relatie met God
Dat schrijf ik als laatste, maar is eigenlijk dit het eerste. De persoonlijke, levende en dagelijkse omgang met God is de basis voor alles. Daarmee valt of staat uw nieuwe jaar.
Dit wens ik u toe voor het nieuwe jaar: een goede gezondheid, veel liefde, een onbedreigde existentie en een levende relatie met God.
Abonneren op:
Posts (Atom)













