Vandaag word ik 65. Ik ben het er niet mee eens. Ik vraag mij af hoe een jonge man als ik zo oud kan zijn. Het voelt alsof er ergens een fout is gemaakt.
Nee, voor mij geen pensioen. Dat geldt niet voor het werk in Zijn dienst. Ik kan het in ieder geval in de bijbel niet vinden. Met Gods genade ben ik van plan nog vele jaren door te gaan. Bijbels gezien stelt mijn leeftijd ook helemaal niets voor. Methusalah werd 969, Jered 962, Kenan 910, Enos 905. Daarbij vergeleken ben ik nog een broekie.
Ik heb mij trouwens voorgenomen 96 jaar te worden. Dat is de schuld van Frits Phillips (zie foto). De laatste keer dat ik hem bezocht op zijn landgoed 'de Wielewaal' was hij 96 jaar oud. Meneer Frits, zoals men hem graag noemde, was een slanke, levendige man, die tot op hoge leeftijd een gezonde indruk maakte. En het belangrijkste van alles, hij was fris in zijn hoofd. Die dag op de Wielewaal wist ik het: dat wil ik ook. Ik wil in goede gezondheid 96 worden. Ja, ja, ik weet natuurlijk ook, dat ik, naast verstandig en zo gezond mogelijk leven, niets in te brengen heb. De mens wikt, maar God beschikt. Toch geeft de gedachte dat ik nog 31 jaar in Zijn dienst heb mij ruimte en perspectief. Het betekent dat ik nog veel kan en mag doen. Totdat ik eens - net als meneer Frits (hij werd 100) - oud en van het leven verzadigd naar Hem toe mag. Verder leven in Zijn aanwezigheid. Zonder dat ik opnieuw ouder moet worden. Wat een vooruitzicht.
donderdag 7 maart 2013
woensdag 6 maart 2013
Geven maakt rijk
Vandaag als afsluiting van gedachten over geld enkele verzen uit de bijbel over de opdracht, de zegen en de blijdschap van geven.

"Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de Heer bestemd." (Leviticus 27:30)
"Eer de Heer met al je rijkdom, met het beste van de oogst. Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn." (Spreuken 3:9,10)
"Stel Mij maar eens op de proef - zegt de Heer van de hemelse machten. Breng alle tienden naar Mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in Mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen." (Maleachi 3:8-10)
"Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!" (Matteüs 10:8b)
"Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans (de kleinste munt). Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud." (Marcus 12:41-44)
"En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept." (Hebreeën 13:16)

"Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de Heer bestemd." (Leviticus 27:30)
"Eer de Heer met al je rijkdom, met het beste van de oogst. Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn." (Spreuken 3:9,10)
"Stel Mij maar eens op de proef - zegt de Heer van de hemelse machten. Breng alle tienden naar Mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in Mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen." (Maleachi 3:8-10)
"Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!" (Matteüs 10:8b)
"Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans (de kleinste munt). Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud." (Marcus 12:41-44)
"En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept." (Hebreeën 13:16)
dinsdag 5 maart 2013
Geld - een valse zekerheid
John Rockefeller (foto) was één van de rijkste mannen die ooit geleefd heeft. Toen hij overleed vroeg een journalist zijn accountant: "Hoeveel heeft Rockefeller nagelaten?" De accountant antwoordde: "Alles!"
Gedurende ons leven zijn velen van ons ontzettend druk om zoveel mogelijk te verzamelen. We denken dat daar onze zekerheid ligt. Als wij echter overlijden, moeten wij alles achterlaten. De rijkdommen van deze wereld spelen geen enkele rol in het leven hierna. Wat wij aan hemelse schatten verzamelen, speelt echter wel degelijk een rol in de eeuwigheid. Jezus zei: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” Matteüs 6:19-21. Onze zekerheid mag alleen in God zijn.
Vandaag een paar verzen over echte zekerheid en valse zekerheid.
"Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: “Daarop vertrouw ik”? Heb ik mij verheugd over mijn vermogen, omdat ik eigenhandig zoveel had verworven? ..., terwijl mijn hart zich heimelijk liet lokken, ..., Ook dat zou een misdrijf zijn, ..., want dan zou ik God daar boven verloochend hebben." (Job 31:24-28)
"Alleen de zegen van de Heer maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe." (Spreuken 10:22)
"Een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig." (Spreuken 18:11).
"De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets." (Psalm 23:1a)
Gedurende ons leven zijn velen van ons ontzettend druk om zoveel mogelijk te verzamelen. We denken dat daar onze zekerheid ligt. Als wij echter overlijden, moeten wij alles achterlaten. De rijkdommen van deze wereld spelen geen enkele rol in het leven hierna. Wat wij aan hemelse schatten verzamelen, speelt echter wel degelijk een rol in de eeuwigheid. Jezus zei: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” Matteüs 6:19-21. Onze zekerheid mag alleen in God zijn.
Vandaag een paar verzen over echte zekerheid en valse zekerheid.
"Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: “Daarop vertrouw ik”? Heb ik mij verheugd over mijn vermogen, omdat ik eigenhandig zoveel had verworven? ..., terwijl mijn hart zich heimelijk liet lokken, ..., Ook dat zou een misdrijf zijn, ..., want dan zou ik God daar boven verloochend hebben." (Job 31:24-28)
"Alleen de zegen van de Heer maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe." (Spreuken 10:22)
"Een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig." (Spreuken 18:11).
"De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets." (Psalm 23:1a)
maandag 4 maart 2013
Door het oog van de naald
Vorige week hebben wij gezien dat geld en bezittingen (Mammon) een afgod kunnen zijn. Met een afgod in de binnenzak is het echter onmogelijk met God te leven, laat staan Zijn Koninkrijk binnen te gaan.
Jezus zei daarover: "Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan" (Matteüs 19:24). Of om het anders te zeggen: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een mens om het Koninkrijk van God binnen te komen met een afgod.
Het oog van een naald was een nauwe opening in een oude middeleeuwse Oosterse stadsmuur. Die opening was net wijd genoeg om een mens door te laten, maar geen kameel. 's Avonds als de poorten gesloten waren konden laatkomers nog wel één voor één door die kleine opening, maar geen groepen en zeker geen legers. (De foto toont het ‘oog van de naald’ in de oude muur rond Jeruzalem. Dit is het ‘oog van de naald’ waar Jezus over sprak).
Jezus gebruikte vaker overdrijving om Zijn boodschap duidelijk te maken. Dat doet Hij ook hier. Hij wil ons zeker niet vertellen dat rijke mensen niet behouden kunnen worden. Zijn boodschap is dat het onmogelijk is het koninkrijk van God binnen te gaan als Mammon of een andere afgod in ons leven is. Om het directer te zeggen: je komt niet binnen als je andere goden probeert mee te smokkelen.
Nadenken over eventuele afgoden in ons leven - en daarmee afrekenen - is dus van levensbelang. Van eeuwig levensbelang.
Jezus zei daarover: "Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan" (Matteüs 19:24). Of om het anders te zeggen: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een mens om het Koninkrijk van God binnen te komen met een afgod.
Het oog van een naald was een nauwe opening in een oude middeleeuwse Oosterse stadsmuur. Die opening was net wijd genoeg om een mens door te laten, maar geen kameel. 's Avonds als de poorten gesloten waren konden laatkomers nog wel één voor één door die kleine opening, maar geen groepen en zeker geen legers. (De foto toont het ‘oog van de naald’ in de oude muur rond Jeruzalem. Dit is het ‘oog van de naald’ waar Jezus over sprak).
Jezus gebruikte vaker overdrijving om Zijn boodschap duidelijk te maken. Dat doet Hij ook hier. Hij wil ons zeker niet vertellen dat rijke mensen niet behouden kunnen worden. Zijn boodschap is dat het onmogelijk is het koninkrijk van God binnen te gaan als Mammon of een andere afgod in ons leven is. Om het directer te zeggen: je komt niet binnen als je andere goden probeert mee te smokkelen.
Nadenken over eventuele afgoden in ons leven - en daarmee afrekenen - is dus van levensbelang. Van eeuwig levensbelang.
vrijdag 1 maart 2013
Rijk en toch zo arm
Veel mensen
hebben een afgod in hun leven zonder dat zij zich dat realiseren. Veel
christenen hebben iets in hun leven dat hun relatie met God in de weg staat.
Dat kan van alles zijn: geld, begeerte, tradities, godsdienst, hoogmoed, drank,
sport, wetenschap, werk, enz. enz. Dat zijn allemaal dingen die ons leven
kunnen beheersen en die de eerste plaats in ons leven kunnen innemen. Soms gaat
het om verkeerde dingen; vaak gaat het om goede dingen, die verkeerd worden als
ze ons leven gaan beheersen.
In Marcus
10:17-27 kunnen wij lezen dat Jezus een rijke jonge man ontmoette. Er was een
afgod in het leven van die man. Die afgod was geld. Op zich is het niet
verkeerd om rijk te zijn, zolang geld het leven niet gaat beheersen. Ook Jezus
veroordeelt rijkdom niet. Jozef van Arimatea en Nikodemus waren beiden
discipelen van Jezus. Beiden waren vooraanstaande, rijke mannen. Toch benadert
Jezus deze twee mannen heel anders dan de rijke jongeling. Waarom? Omdat geld
en bezit voor Jozef van Arimatea en Nikodemus geen afgoden waren. In tegendeel,
zij gebruikten hun bezittingen om God te dienen (Matteüs 27:57-60 en Johannes
19:39).
Toen Jezus die
oprechte jongeman voor een keuze stelde, gebeurde er iets afschuwelijks. In
Marcus 10:22 staat: "Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging
terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen." Op het meest
beslissende moment in zijn leven maakte hij de verkeerde keuze. Hij koos er
voor zijn afgod te blijven dienen in plaats van het eeuwige leven te vinden,
waar hij zo naar verlangde.
donderdag 28 februari 2013
Misvattingen over geld
1. Arm zijn is geestelijk
Dat is onzin. Er zijn goede, geestelijke rijke mensen en slechte, ongeestelijke arme mensen. Sommige rijke mensen zijn vrijgevig; sommige arme mensen zijn hebzuchtig. Arm zijn op zich is geen deugd. Geld is neutraal. Onze omgang met geld echter niet. We kunnen goed en verkeerd omgaan met geld en met het ontbreken van geld.
2. Rijk zijn is zondig
Ook dat is geestelijke onzin. God zelf zegent mensen vaak met rijkdom. Hij gaf grote rijkdommen aan Abraham. Toen Salomo God vroeg om wijsheid om het land te besturen, gaf God hem wijsheid en ongekende rijkdommen (1 Koningen 3:5-15).
3. Rijke mensen kunnen niet behouden worden
Deze dwaling is gebaseerd op Matteüs 19:23 waar Jezus zegt: "Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan." Rijke mensen hebben andere drempels te overwinnen dan arme mensen in het binnengaan van het Koninkrijk van God. Rijkdom kan heel gemakkelijk een persoonlijke relatie met God in de weg staan. Dat maakte een geestelijk leven niet gemakkelijker, maar zeker niet onmogelijk.
4. Geld maakt gelukkig
Als dit waar zou zijn, zouden de rijken van deze wereld gelukkiger moeten zijn dan de armen. Het tegendeel is eerder waar. Er bestaat absoluut geen relatie tussen bezittingen en geluk. Te veel bezittingen, dat wil zeggen meer dan wij nodig hebben om op een normale manier te kunnen leven, creëren veel zorgen, spanningen en eenzaamheid. Te veel bezittingen maken de kans op geluk eerder kleiner dan groter. Niet te weinig en niet te veel is de beste basis voor geluk.
Dat is onzin. Er zijn goede, geestelijke rijke mensen en slechte, ongeestelijke arme mensen. Sommige rijke mensen zijn vrijgevig; sommige arme mensen zijn hebzuchtig. Arm zijn op zich is geen deugd. Geld is neutraal. Onze omgang met geld echter niet. We kunnen goed en verkeerd omgaan met geld en met het ontbreken van geld.
2. Rijk zijn is zondig
Ook dat is geestelijke onzin. God zelf zegent mensen vaak met rijkdom. Hij gaf grote rijkdommen aan Abraham. Toen Salomo God vroeg om wijsheid om het land te besturen, gaf God hem wijsheid en ongekende rijkdommen (1 Koningen 3:5-15).
3. Rijke mensen kunnen niet behouden worden
Deze dwaling is gebaseerd op Matteüs 19:23 waar Jezus zegt: "Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan." Rijke mensen hebben andere drempels te overwinnen dan arme mensen in het binnengaan van het Koninkrijk van God. Rijkdom kan heel gemakkelijk een persoonlijke relatie met God in de weg staan. Dat maakte een geestelijk leven niet gemakkelijker, maar zeker niet onmogelijk.
4. Geld maakt gelukkig
Als dit waar zou zijn, zouden de rijken van deze wereld gelukkiger moeten zijn dan de armen. Het tegendeel is eerder waar. Er bestaat absoluut geen relatie tussen bezittingen en geluk. Te veel bezittingen, dat wil zeggen meer dan wij nodig hebben om op een normale manier te kunnen leven, creëren veel zorgen, spanningen en eenzaamheid. Te veel bezittingen maken de kans op geluk eerder kleiner dan groter. Niet te weinig en niet te veel is de beste basis voor geluk.
woensdag 27 februari 2013
Geldzucht
"Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend." (1 Timoteüs 6:9,10)
Paulus schrijft niet aan Timoteüs dat geld de wortel van al het kwaad is, maar de GELDZUCHT. Dat wil zeggen de zucht of de verslaving naar meer en meer en meer. Dat veroorzaakt allerlei problemen, omdat dit doel alleen maar te bereiken is ten koste van anderen. Ten diepste is geldzucht dan ook een probleem van egoïsme.
Een christen kan pas echt leven uit de overvloed die Jezus belooft (Johannes 10:10b), als hij zijn leven bewust overgeeft aan God en dagelijks de leiding van God in zijn leven zoekt. Zo kan een christen ook pas echt vrede vinden met betrekking tot zijn financiën, als hij bewust al zijn geld en bezittingen onder controle van God heeft gesteld en als het hem duidelijk is dat hij rentmeester is van datgene wat hem is toevertrouwd. Een rentmeester beheert geld en bezittingen van iemand anders. Alles wat wij bezitten, behoort God. Onze op gave is niet meer en niet minder dan die bezittingen een tijdje te beheren.
Misschien wil je vandaag eens heel bewust jouw geld en alles wat daarmee verbonden is bij de Heer brengen. “Heer, ik dank U voor alles wat U mij in bruikleen hebt gegeven. Het behoort U toe. Ik wil een goede rentmeester zijn van alles wat U mij heeft toevertrouwd. Help mij om een juist en bijbels perspectief op geld en bezittingen te hebben. Amen”.
Paulus schrijft niet aan Timoteüs dat geld de wortel van al het kwaad is, maar de GELDZUCHT. Dat wil zeggen de zucht of de verslaving naar meer en meer en meer. Dat veroorzaakt allerlei problemen, omdat dit doel alleen maar te bereiken is ten koste van anderen. Ten diepste is geldzucht dan ook een probleem van egoïsme.
Een christen kan pas echt leven uit de overvloed die Jezus belooft (Johannes 10:10b), als hij zijn leven bewust overgeeft aan God en dagelijks de leiding van God in zijn leven zoekt. Zo kan een christen ook pas echt vrede vinden met betrekking tot zijn financiën, als hij bewust al zijn geld en bezittingen onder controle van God heeft gesteld en als het hem duidelijk is dat hij rentmeester is van datgene wat hem is toevertrouwd. Een rentmeester beheert geld en bezittingen van iemand anders. Alles wat wij bezitten, behoort God. Onze op gave is niet meer en niet minder dan die bezittingen een tijdje te beheren.
Misschien wil je vandaag eens heel bewust jouw geld en alles wat daarmee verbonden is bij de Heer brengen. “Heer, ik dank U voor alles wat U mij in bruikleen hebt gegeven. Het behoort U toe. Ik wil een goede rentmeester zijn van alles wat U mij heeft toevertrouwd. Help mij om een juist en bijbels perspectief op geld en bezittingen te hebben. Amen”.
Abonneren op:
Posts (Atom)











