woensdag 16 januari 2013

Waartoe zijn wij op aarde?


Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin. Op de lagere school moesten wij de hele catechismus uit het hoofd leren. Dat was een boek vol met geloofsvragen en de daarbij behorende antwoorden. Iedere morgen moesten wij één voor één voor de tafel van de leraar gaan staan, die ons dan een vraag uit de catechismus stelde. Het juist beantwoorden van die vragen was belangrijker dan alle andere vakken en cijfers. Uit het hoofd leren was kennelijk gemakkelijk voor mij. Vaak heb ik op mijn rapport een 10 voor 'geloof’ gehad.

De eerste vraag van die catechismus was: Waartoe zijn wij op aarde? Het antwoord luidde: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Nu zo'n zestig jaar later is dat antwoord nog steeds deel van mij.

Petrus schrijft dat God niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9). Jezus zegt dat Hij gekomen is om ons het leven te geven in overvloed (Johannes 10:10). God wil dat wij behouden worden en Jezus wil dat wij het leven dat Hij ons gegeven heeft genieten. De catechismus had gelijk!


dinsdag 15 januari 2013

Wat is de zin van het leven?

Mijn nieuwe iPhone kan vragen beantwoorden. Je spreekt een vraag in en prompt volgt het antwoord. Ik besloot mijn iPhone (in het Duits) de meest fundamentele vraag van de mensheid te stellen: wat is de zin van het leven?
Prompt kwam het antwoord.
Alles duidt erop dat het CHOCOLADE is.

Ik moest lachen, totdat de trieste waarheid van het antwoord tot mij doordrong. Wij leven in een tijd waarin in de westerse wereld hedonisme tot geloof verheven wordt. Hedonisme is de levensopvatting volgens welke genot en geluk de grootste waarden in het leven zijn. Vol overgave zoeken wij naar de bevrediging van behoeften en lusten. Er is niets mis met chocolade, maar als dat de kern van het leven wordt dan zijn wij armzalige en armoedige mensen.

Paulus zou de vraag naar de zin van het leven anders beantwoord hebben dan mijn iPhone. Hij schreef aan de christenen in Filippi (1:21) "Het leven is mij Christus". Dat geeft een totaal andere inhoud aan het leven. Waar bent u vandaag naar op zoek? Chocolade of Jezus?


maandag 14 januari 2013

Wat zijn 'we' goed!

Gisteren wonnen 'we' maar liefst vijf medailles bij de Europese kampioenschappen schaatsen. De winnaars, die jarenlang keihard gewerkt hebben voor dit resultaat, werden uitvoerig geëerd. Het rood-wit-blauw werd gehesen. Mensen jubelden. Het Wilhelmus klonk. Ik zette de tv keihard. De rillingen liepen over mijn rug. Kippenvel!

Mooi hoor! Maar weet u, eens worden u en ik nog heel anders geëerd. Voor alle christenen ligt een beloning, een kroon, een gouden medaille klaar. De vergankelijke krans die atleten krijgen, is niets vergeleken bij de prijs die ons christenen eens ten deel zal vallen. Eens zullen wij als 'beloning' Jezus mogen ontmoeten. Als wij onze 'wedstrijd' goed beëindigen, zal Hij Zelf ons een kroon op het hoofd zetten.

"Dan zult u wanneer de hoogste Herder (Jezus) verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt." (1 Petrus 5:4)

"Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans (van Jezus) het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft." (Jakobus 1:12)

"Wees getrouw tot in de dood dan zal Ik (Jezus) u als lauwerkrans het leven geven." (Openbaring 2:10)

"Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter (Jezus), aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien." (2 Timoteüs 4:8)


Wat een vooruitzicht!

vrijdag 11 januari 2013

Rijkelijk geven


Iemand schreef: Het begrip 'rijkelijk geven' is niet op zijn plaats. God heeft de blijmoedige gever lief. Als je rijk bent, is het heel eenvoudig om veel te geven, maar als je arm bent, dan is dat een heel andere zaak.

Ik kan het daar niet mee eens zijn. In mijn bediening heb ik veel rijke mensen mogen ontmoeten. En wat heb ik ontdekt? Ook zij hebben, net als mensen die arm zijn, moeite om te geven. Het is kennelijk altijd moeilijk om afstand te doen van datgene wat ons toebehoord.

Jezus ging een keer in de tempel tegenover de offerkist zitten om met aandacht te volgen hoe mensen offerden. Het interesseerde Hem kennelijk. Veel rijke mensen gaven veel. Toen zag Hij een arme vrouw die twee koperstukjes in de offerkist wierp. Jezus riep zijn discipelen erbij en prees deze vrouw. Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud.

De opdracht om te geven geldt voor alle christenen: rijk en arm, jong en oud, mensen die van de bijstand leven en zij die in weelde baden. Het geldt ook voor mij. Ik leid een christelijk werk en sta zodoende ook aan de ontvangende kant van 'giften'. Maar ook voor mij geldt de opdracht om te geven. Of beter gezegd: ook ik heb het voorrecht om blijmoedig en rijkelijk te geven voor Zijn dienst!

 

donderdag 10 januari 2013

Gelden tienden nog?


Iemand schreef mij: De opdracht tot het geven van tienden lezen we in de Bijbel in de wet van Mozes. Het gaat hier om een percentage van de oogst en de veestapel. De Israëlieten moesten de tienden geven voor de tempel en de priesterdienst, de Levieten. Geldt deze opdracht nu ook voor de gelovigen in Jezus Christus? Moeten wij ‘tienden’ geven? Als we iets van de wet verplicht stellen, bijvoorbeeld het geven van tienden, horen we alle wetten na te volgen. In het Nieuwe Testament klinkt voortdurend de oproep onszelf niet onder de wet te stellen, maar onder de genade. Jezus Christus, Gods Zoon, heeft ons bevrijd om in vrijheid te leven. We hoeven onszelf geen juk op te leggen

Klopt allemaal!
Toch is deze discussie een beetje overbodig. Waarom? Omdat God ook in het Nieuwe Testament heel duidelijk maakt dat Hij van ons verwacht dat wij rijkelijk geven voor Zijn dienst. Jezus zegt in Mattheus 10:8: “Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven”. En de schrijver van de brief aan de Hebreeën meldt (13:16): “En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept”. In het Nieuwe Testament vinden wij meer bijbelgedeelten over geven dan over de wederkomst van Jezus.

Wij leven niet meer onder de wet, maar uit genade. Wij kennen de Verlosser en de Heilige Geest leeft in ons. Reden genoeg om vrijwillig te geven. En wat is dan tien procent na alles wat de Heer voor ons heeft gedaan?


woensdag 9 januari 2013

Tienden

Gisteren hebben wij stil gestaan bij het feit dat God van ons vraagt een deel van onze inkomsten af te geven voor Zijn dienst. Zo belangrijk is dit voor God dat Hij er de geweldige belofte van ‘zegen in overvloed’ aan verbindt (zie Maleachi 3:10).

In deze context las ik het volgende verhaal.

Een boer gaf zijn bedrijf over in handen van zijn zoon. Hij zei: denk eraan dat je ieder jaar de tienden geeft voor het werk van de Heer. God heeft jouw geld nodig en jij hebt Gods zegen nodig.

Dat deed de zoon trouw zolang de vader leefde, maar toen de oude boer stierf dacht de zoon: tien procent van mijn inkomsten weggeven is overdreven. Daarom gaf hij het eerste jaar na het overlijden van zijn vader helemaal niets.

Het daarop volgende jaar viel de opbrengst van het land zwaar tegen. Toen hij met zijn oom over deze catastrofe  sprak zei deze: vorig jaar heb jij tienden betaald. Het land behoorde jou en de tienden waren voor God. Dit jaar behoort het land aan God en jij krijgt de tienden.

Tja, zo is dat als wij Gods wensen in de wind slaan. Hij wil de vensters van de hemel voor ons openen, maar Hij verwacht eerst een stap in geloof van ons. En wat vraagt van ons meer geloof dan weggeven wat van ons is? Nou ja, wat is werkelijk van ons? Hebben wij niet alles in bruikleen ontvangen?


dinsdag 8 januari 2013

Mogen wij God testen?

Waarschijnlijk is uw eerste reactie - net als gisteren op de vraag of wij God om een teken mogen vragen - nee, natuurlijk niet. Toch klopt dat niet. God zelf nodigt ons uit Hem te testen.

Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten. Maleachi 3:8-10.

God weet dat het ons veel moeite kost om afstand te doen van datgene wat ons toebehoort. Om ons aan te moedigen toch te geven voor Zijn dienst, verbindt Hij daar een fantastische belofte aan: zegen in overvloed die over ons heen gestort wordt. “Geloof je Mij niet”, voegt God daaraan toe. “Test Mij dan, dan zul je zien dat Mijn woorden waar zijn”.

Als deze woorden van God waar zijn - en natuurlijk zijn ze waar - doen wij onszelf op een enorme manier tekort als we niet - of te weinig - geven voor Zijn dienst. Dan missen wij de zegen die Hij ons geven wil, nee de zegen die Hij over ons uitstorten wil. Eigen schuld, dikke bult!