Ik ben geboren en opgegroeid als tweede van zeven kinderen op een kleine boerderij in Zuid-Limburg. Op een dag - ik moet toen een jaar of vijf geweest zijn - vroeg onze vader de drie oudste jongens of we zin hadden mee te gaan het hooi binnen te halen. Nou dat was een feest. Op de grote wagen, getrokken door een dik en traag Belgisch paard, hobbelden wij de Limburgse heuvels in.
Bij het binnenhalen werd het hooi op de wagen geladen, die van voren en van achteren een hoog hekwerk had om te voorkomen dat het hooi eraf kon afglijden. Toen mijn vader en zijn knecht klaar waren hielp hij ons via de voerbak boven op het hooi. Dat was een fantastische belevenis. Vanuit die voor ons grote hoogte hadden wij een prachtig uitzicht op het landschap, ons dorp en de boerderij waar onze moeder ons enthousiast zwaaiend opwachtte.
De wagen werd in de schuur gereden, waarna mijn vader naast de wagen ging staan, omhoog keek naar zijn zonen en riep: spring, ik vang jullie op. Nou, dat was gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wij stonden op, wat op zich al heel moeilijk was omdat het hooi onder onze voeten nagaf, en keken in de, voor ons, peilloze diepte onder ons. Spring, riep mijn vader nog een keer. Je hoeft geen angst te hebben, ik vang jullie op.
Ik was in het gezin altijd al haantje de voorste. Alhoewel ik bang was stond ik op, sloot mijn ogen en sprong. Mijn vader ving mij met een grote zwaai op, gooide mij nog een keer in de lucht en zette mij op de bodem. Tjonge wat was ik trots. Ik keek omhoog, waar ik de twee angstige kopjes van mijn broers over de rand zag kijken.
Spring, riep mijn vader.
Het doet geen pijn, riep ik.
Maar, hoe we ook probeerden, mijn broers konden zich niet ertoe brengen te springen. Mijn vader gaf het op, plaatste een ladder tegen de zijkant van de wagen en haalde mijn broers een voor een naar beneden. Teleurgesteld dropen zij af. Ik niet. Stoer stond ik naast mijn vader. Ik was de man van de dag.
Dat was de eerste keer in mijn leven dat ik bewust een stap - beter gezegd een sprong - in vertrouwen heb genomen. Achteraf gezien kon ik van deze kleine gebeurtenis een aantal belangrijke principes leren. In de eerste plaats - en het allerbelangrijkste - er moet iemand zijn die je vertrouwen kunt, die je opvangt. In de tweede plaats moet je op die vertrouwenspersoon ingaan en durven te springen of je durven te laten vallen. Pas wanneer je deze stap neemt wordt het vertrouwen bevestigd. Tenslotte, als je niet springt of je niet laat vallen mis je een kans.
Morgen: God nodigt ons uit om te springen
maandag 11 maart 2013
vrijdag 8 maart 2013
Voor God is niets onmogelijk
Vandaag wil ik starten met een serie overdenkingen over vertrouwen. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, het mooiste vers - volgens mij - dat ons aanmoedigt God te vertrouwen: "Bij God zijn alle dingen mogelijk" (Mattheus 19:26).
Zonder vertrouwen is leven onmogelijk. Dat lijkt een stoere uitspraak, maar het is zo. Iedere dag handel je vele malen - zonder dat jij je dat realiseert - in vertrouwen. Als je geld op de bank brengt vertrouw je erop dat de bank eerlijk met jouw geld zal omgaan en dat de euro niet (teveel) aan waarde verliest. Als je in de trein of in een vliegtuig stapt controleer je niet eerst of de machinist of de piloot de juiste diploma's en ervaring heeft om jou goed van A naar B te brengen. Als je op de operatietafel ligt vertrouw je dat de chirurg zijn werk naar behoren zal doen en dat je baat hebt van de ingreep. Vertrouwen is zo essentieel voor het leven dat we zonder vertrouwen niet kunnen leven. Dat geldt ook voor kleine dingen. Als je een winkel binnenloopt met automatische schuifdeuren wacht je niet eerst af of de deuren daadwerkelijk opengaan, maar je stapt met forse treden naar binnen in het vertrouwen dat de deuren op tijd opengaan. Zou dat niet gebeuren mis je naderhand waarschijnlijk een paar tanden.
Met andere woorden 'vertrouwen' is zo'n belangrijk onderdeel van onze existentie dat het onmogelijk is te leven zonder vertrouwen. Als dat al geldt voor ons dagelijkse leven, dan geldt dat zeker voor ons geestelijk leven.
Maandag: durf te springen
Zonder vertrouwen is leven onmogelijk. Dat lijkt een stoere uitspraak, maar het is zo. Iedere dag handel je vele malen - zonder dat jij je dat realiseert - in vertrouwen. Als je geld op de bank brengt vertrouw je erop dat de bank eerlijk met jouw geld zal omgaan en dat de euro niet (teveel) aan waarde verliest. Als je in de trein of in een vliegtuig stapt controleer je niet eerst of de machinist of de piloot de juiste diploma's en ervaring heeft om jou goed van A naar B te brengen. Als je op de operatietafel ligt vertrouw je dat de chirurg zijn werk naar behoren zal doen en dat je baat hebt van de ingreep. Vertrouwen is zo essentieel voor het leven dat we zonder vertrouwen niet kunnen leven. Dat geldt ook voor kleine dingen. Als je een winkel binnenloopt met automatische schuifdeuren wacht je niet eerst af of de deuren daadwerkelijk opengaan, maar je stapt met forse treden naar binnen in het vertrouwen dat de deuren op tijd opengaan. Zou dat niet gebeuren mis je naderhand waarschijnlijk een paar tanden.
Met andere woorden 'vertrouwen' is zo'n belangrijk onderdeel van onze existentie dat het onmogelijk is te leven zonder vertrouwen. Als dat al geldt voor ons dagelijkse leven, dan geldt dat zeker voor ons geestelijk leven.
Maandag: durf te springen
donderdag 7 maart 2013
Jarig
Vandaag word ik 65. Ik ben het er niet mee eens. Ik vraag mij af hoe een jonge man als ik zo oud kan zijn. Het voelt alsof er ergens een fout is gemaakt.
Nee, voor mij geen pensioen. Dat geldt niet voor het werk in Zijn dienst. Ik kan het in ieder geval in de bijbel niet vinden. Met Gods genade ben ik van plan nog vele jaren door te gaan. Bijbels gezien stelt mijn leeftijd ook helemaal niets voor. Methusalah werd 969, Jered 962, Kenan 910, Enos 905. Daarbij vergeleken ben ik nog een broekie.
Ik heb mij trouwens voorgenomen 96 jaar te worden. Dat is de schuld van Frits Phillips (zie foto). De laatste keer dat ik hem bezocht op zijn landgoed 'de Wielewaal' was hij 96 jaar oud. Meneer Frits, zoals men hem graag noemde, was een slanke, levendige man, die tot op hoge leeftijd een gezonde indruk maakte. En het belangrijkste van alles, hij was fris in zijn hoofd. Die dag op de Wielewaal wist ik het: dat wil ik ook. Ik wil in goede gezondheid 96 worden. Ja, ja, ik weet natuurlijk ook, dat ik, naast verstandig en zo gezond mogelijk leven, niets in te brengen heb. De mens wikt, maar God beschikt. Toch geeft de gedachte dat ik nog 31 jaar in Zijn dienst heb mij ruimte en perspectief. Het betekent dat ik nog veel kan en mag doen. Totdat ik eens - net als meneer Frits (hij werd 100) - oud en van het leven verzadigd naar Hem toe mag. Verder leven in Zijn aanwezigheid. Zonder dat ik opnieuw ouder moet worden. Wat een vooruitzicht.
Nee, voor mij geen pensioen. Dat geldt niet voor het werk in Zijn dienst. Ik kan het in ieder geval in de bijbel niet vinden. Met Gods genade ben ik van plan nog vele jaren door te gaan. Bijbels gezien stelt mijn leeftijd ook helemaal niets voor. Methusalah werd 969, Jered 962, Kenan 910, Enos 905. Daarbij vergeleken ben ik nog een broekie.
Ik heb mij trouwens voorgenomen 96 jaar te worden. Dat is de schuld van Frits Phillips (zie foto). De laatste keer dat ik hem bezocht op zijn landgoed 'de Wielewaal' was hij 96 jaar oud. Meneer Frits, zoals men hem graag noemde, was een slanke, levendige man, die tot op hoge leeftijd een gezonde indruk maakte. En het belangrijkste van alles, hij was fris in zijn hoofd. Die dag op de Wielewaal wist ik het: dat wil ik ook. Ik wil in goede gezondheid 96 worden. Ja, ja, ik weet natuurlijk ook, dat ik, naast verstandig en zo gezond mogelijk leven, niets in te brengen heb. De mens wikt, maar God beschikt. Toch geeft de gedachte dat ik nog 31 jaar in Zijn dienst heb mij ruimte en perspectief. Het betekent dat ik nog veel kan en mag doen. Totdat ik eens - net als meneer Frits (hij werd 100) - oud en van het leven verzadigd naar Hem toe mag. Verder leven in Zijn aanwezigheid. Zonder dat ik opnieuw ouder moet worden. Wat een vooruitzicht.
woensdag 6 maart 2013
Geven maakt rijk
Vandaag als afsluiting van gedachten over geld enkele verzen uit de bijbel over de opdracht, de zegen en de blijdschap van geven.

"Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de Heer bestemd." (Leviticus 27:30)
"Eer de Heer met al je rijkdom, met het beste van de oogst. Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn." (Spreuken 3:9,10)
"Stel Mij maar eens op de proef - zegt de Heer van de hemelse machten. Breng alle tienden naar Mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in Mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen." (Maleachi 3:8-10)
"Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!" (Matteüs 10:8b)
"Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans (de kleinste munt). Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud." (Marcus 12:41-44)
"En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept." (Hebreeën 13:16)

"Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de Heer bestemd." (Leviticus 27:30)
"Eer de Heer met al je rijkdom, met het beste van de oogst. Graan zal je voorraadschuren vullen, je kuipen lopen over van wijn." (Spreuken 3:9,10)
"Stel Mij maar eens op de proef - zegt de Heer van de hemelse machten. Breng alle tienden naar Mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in Mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op jullie land laat neerdalen." (Maleachi 3:8-10)
"Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!" (Matteüs 10:8b)
"Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans (de kleinste munt). Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud." (Marcus 12:41-44)
"En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept." (Hebreeën 13:16)
dinsdag 5 maart 2013
Geld - een valse zekerheid
John Rockefeller (foto) was één van de rijkste mannen die ooit geleefd heeft. Toen hij overleed vroeg een journalist zijn accountant: "Hoeveel heeft Rockefeller nagelaten?" De accountant antwoordde: "Alles!"
Gedurende ons leven zijn velen van ons ontzettend druk om zoveel mogelijk te verzamelen. We denken dat daar onze zekerheid ligt. Als wij echter overlijden, moeten wij alles achterlaten. De rijkdommen van deze wereld spelen geen enkele rol in het leven hierna. Wat wij aan hemelse schatten verzamelen, speelt echter wel degelijk een rol in de eeuwigheid. Jezus zei: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” Matteüs 6:19-21. Onze zekerheid mag alleen in God zijn.
Vandaag een paar verzen over echte zekerheid en valse zekerheid.
"Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: “Daarop vertrouw ik”? Heb ik mij verheugd over mijn vermogen, omdat ik eigenhandig zoveel had verworven? ..., terwijl mijn hart zich heimelijk liet lokken, ..., Ook dat zou een misdrijf zijn, ..., want dan zou ik God daar boven verloochend hebben." (Job 31:24-28)
"Alleen de zegen van de Heer maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe." (Spreuken 10:22)
"Een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig." (Spreuken 18:11).
"De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets." (Psalm 23:1a)
Gedurende ons leven zijn velen van ons ontzettend druk om zoveel mogelijk te verzamelen. We denken dat daar onze zekerheid ligt. Als wij echter overlijden, moeten wij alles achterlaten. De rijkdommen van deze wereld spelen geen enkele rol in het leven hierna. Wat wij aan hemelse schatten verzamelen, speelt echter wel degelijk een rol in de eeuwigheid. Jezus zei: “Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” Matteüs 6:19-21. Onze zekerheid mag alleen in God zijn.
Vandaag een paar verzen over echte zekerheid en valse zekerheid.
"Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: “Daarop vertrouw ik”? Heb ik mij verheugd over mijn vermogen, omdat ik eigenhandig zoveel had verworven? ..., terwijl mijn hart zich heimelijk liet lokken, ..., Ook dat zou een misdrijf zijn, ..., want dan zou ik God daar boven verloochend hebben." (Job 31:24-28)
"Alleen de zegen van de Heer maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe." (Spreuken 10:22)
"Een rijkaard denkt dat zijn bezit een vesting is, achter een muur waant hij zich veilig." (Spreuken 18:11).
"De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets." (Psalm 23:1a)
maandag 4 maart 2013
Door het oog van de naald
Vorige week hebben wij gezien dat geld en bezittingen (Mammon) een afgod kunnen zijn. Met een afgod in de binnenzak is het echter onmogelijk met God te leven, laat staan Zijn Koninkrijk binnen te gaan.
Jezus zei daarover: "Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan" (Matteüs 19:24). Of om het anders te zeggen: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een mens om het Koninkrijk van God binnen te komen met een afgod.
Het oog van een naald was een nauwe opening in een oude middeleeuwse Oosterse stadsmuur. Die opening was net wijd genoeg om een mens door te laten, maar geen kameel. 's Avonds als de poorten gesloten waren konden laatkomers nog wel één voor één door die kleine opening, maar geen groepen en zeker geen legers. (De foto toont het ‘oog van de naald’ in de oude muur rond Jeruzalem. Dit is het ‘oog van de naald’ waar Jezus over sprak).
Jezus gebruikte vaker overdrijving om Zijn boodschap duidelijk te maken. Dat doet Hij ook hier. Hij wil ons zeker niet vertellen dat rijke mensen niet behouden kunnen worden. Zijn boodschap is dat het onmogelijk is het koninkrijk van God binnen te gaan als Mammon of een andere afgod in ons leven is. Om het directer te zeggen: je komt niet binnen als je andere goden probeert mee te smokkelen.
Nadenken over eventuele afgoden in ons leven - en daarmee afrekenen - is dus van levensbelang. Van eeuwig levensbelang.
Jezus zei daarover: "Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan" (Matteüs 19:24). Of om het anders te zeggen: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een mens om het Koninkrijk van God binnen te komen met een afgod.
Het oog van een naald was een nauwe opening in een oude middeleeuwse Oosterse stadsmuur. Die opening was net wijd genoeg om een mens door te laten, maar geen kameel. 's Avonds als de poorten gesloten waren konden laatkomers nog wel één voor één door die kleine opening, maar geen groepen en zeker geen legers. (De foto toont het ‘oog van de naald’ in de oude muur rond Jeruzalem. Dit is het ‘oog van de naald’ waar Jezus over sprak).
Jezus gebruikte vaker overdrijving om Zijn boodschap duidelijk te maken. Dat doet Hij ook hier. Hij wil ons zeker niet vertellen dat rijke mensen niet behouden kunnen worden. Zijn boodschap is dat het onmogelijk is het koninkrijk van God binnen te gaan als Mammon of een andere afgod in ons leven is. Om het directer te zeggen: je komt niet binnen als je andere goden probeert mee te smokkelen.
Nadenken over eventuele afgoden in ons leven - en daarmee afrekenen - is dus van levensbelang. Van eeuwig levensbelang.
vrijdag 1 maart 2013
Rijk en toch zo arm
Veel mensen
hebben een afgod in hun leven zonder dat zij zich dat realiseren. Veel
christenen hebben iets in hun leven dat hun relatie met God in de weg staat.
Dat kan van alles zijn: geld, begeerte, tradities, godsdienst, hoogmoed, drank,
sport, wetenschap, werk, enz. enz. Dat zijn allemaal dingen die ons leven
kunnen beheersen en die de eerste plaats in ons leven kunnen innemen. Soms gaat
het om verkeerde dingen; vaak gaat het om goede dingen, die verkeerd worden als
ze ons leven gaan beheersen.
In Marcus
10:17-27 kunnen wij lezen dat Jezus een rijke jonge man ontmoette. Er was een
afgod in het leven van die man. Die afgod was geld. Op zich is het niet
verkeerd om rijk te zijn, zolang geld het leven niet gaat beheersen. Ook Jezus
veroordeelt rijkdom niet. Jozef van Arimatea en Nikodemus waren beiden
discipelen van Jezus. Beiden waren vooraanstaande, rijke mannen. Toch benadert
Jezus deze twee mannen heel anders dan de rijke jongeling. Waarom? Omdat geld
en bezit voor Jozef van Arimatea en Nikodemus geen afgoden waren. In tegendeel,
zij gebruikten hun bezittingen om God te dienen (Matteüs 27:57-60 en Johannes
19:39).
Toen Jezus die
oprechte jongeman voor een keuze stelde, gebeurde er iets afschuwelijks. In
Marcus 10:22 staat: "Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging
terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen." Op het meest
beslissende moment in zijn leven maakte hij de verkeerde keuze. Hij koos er
voor zijn afgod te blijven dienen in plaats van het eeuwige leven te vinden,
waar hij zo naar verlangde.
Abonneren op:
Posts (Atom)











