Het februarinummer van Uitdaging had als thema ‘Geld en geven’. De afgelopen week ontving ik een reactie hierop van Bert van der Laan. Graag geef ik die reactie hieronder weer. Een goede aanleiding voor mij om in de loop van deze week wat gedachten door te geven over geld.
Als je Jezus gaat volgen, zit daar alles bij. Alles. Dus ook je geld. Anders houd je toch wat achter. Dat betekent dat AL je geld van de Heer is. Dat klopt ook, want wij zijn rentmeester (1 Petrus 4:10) en wij bezitten dus niets, alles is van de Heer. Dat haalt gelijk alle spanning weg van ons bestedingspatroon. Nee natuurlijk, want we moeten wel goed rentmeester zijn. Maar dat mag vanuit de ontspanning die de Heer ons geeft. Dus als je tienden geeft, is dat prima. Als je meer geeft, is dat prima. Als je minder geeft, is dat prima. De basisregel is: Het is heerlijk om te geven. Je moet er ook niets van terugverwachten anders is het geen gift.
Ik was een keer op bezoek bij mensen die van giften leefden en de luxe waarin zij leefden, verbaasde mij. Ik heb daaruit geleerd dat je de gift volkomen moet loslaten. Anders is het geen gift. Dan koop je er namelijk iets voor terug. Bijvoorbeeld je wilt weten wat het bestedingspatroon is van degene aan wie je hebt gegeven, en dan heb je niet gegeven!
Als je over te weinig geld beschikt, kan het zijn dat je te weinig geeft. Vorig jaar liepen mijn inkomsten terug, en na afloop van het jaar constateerde ik dat ik meer had gegeven. Maar dat is dus geen wet, Jezus laat daarin vrij!
Geld is, zoals de bijbel ons waarschuwt, een gevaarlijk middel. We moeten er iedere keer bij stil staan dat dit zo is, zoals Jezus ons waarschuwt. En ons realiseren dat we rentmeester zijn en het dus niet van onszelf is. En zo mogen we omgaan met hetgeen de Heer ons toevertrouwt. Met vallen en opstaan. Dat moet ik mijzelf dus net zo goed voorhouden.
Bert
maandag 25 februari 2013
vrijdag 22 februari 2013
Het Lam van God
In Leviticus 16 kunnen wij lezen hoe de Israëlieten verzoening vroegen voor hun zonden. Aäron, de hogepriester, moest één keer per jaar twee geitenbokken nemen en die voor het aangezicht van God brengen, bij de ingang van de tent der samenkomst. Eén van die twee bokken moest dan worden geofferd om zó verzoening te krijgen voor de overtredingen en de zonden van het volk. De andere bok moest echter in leven blijven. In de verzen 21 en 22 lezen wij wat daarmee moest gebeuren: "Hij legt dan zijn beide handen op de kop van de bok en spreekt alle wandaden en vergrijpen van de Israëlieten openlijk uit, alle zonden die ze hebben begaan. Zo legt hij alle zonden op de kop van de bok. Daarna moet hij het dier de woestijn in sturen, onder de hoede van iemand die daarvoor is aangewezen. De bok neemt alle zonden van het volk met zich mee, naar een verlaten gebied." Voor de verzoening van de zonden was het nodig dat één bok stierf; de onschuldige bok stierf in plaats van de schuldige mensen. Op de tweede bok werden als het ware alle zonden van het volk overgebracht. Deze bok werd dan buiten het tentenkamp gebracht om de zonden uit het midden van het volk te verwijderen.
Dit alles had Johannes de Doper ongetwijfeld in gedachten toen hij Jezus Christus bij de mensen introduceerde met de woorden: "Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt." (Johannes 1:29b). Jezus Christus stierf, net als die ene bok, als onschuldige voor de zonden van anderen. En net als die andere bok droeg Hij de zonden van alle mensen tot buiten het tentenkamp. Hij stierf buiten de poorten van Jeruzalem. Met Zijn bloed en door het feit dat Hij verstoten werd, verkreeg Hij verzoening voor alle zonden. De zonden van alle mensen van alle landen en van alle tijden. De straf is betaald. Voor eens en voor altijd is genoegdoening gedaan. Dat is goed nieuws.
Dit alles had Johannes de Doper ongetwijfeld in gedachten toen hij Jezus Christus bij de mensen introduceerde met de woorden: "Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt." (Johannes 1:29b). Jezus Christus stierf, net als die ene bok, als onschuldige voor de zonden van anderen. En net als die andere bok droeg Hij de zonden van alle mensen tot buiten het tentenkamp. Hij stierf buiten de poorten van Jeruzalem. Met Zijn bloed en door het feit dat Hij verstoten werd, verkreeg Hij verzoening voor alle zonden. De zonden van alle mensen van alle landen en van alle tijden. De straf is betaald. Voor eens en voor altijd is genoegdoening gedaan. Dat is goed nieuws.
donderdag 21 februari 2013
Zonde doen en zonde hebben
De door schade en schande wijs geworden apostel Johannes schreef: "Indien wij zeggen dat wij niet zondigen misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet (1 Johannes 1:8)". Het is alsof hij ons wil zeggen: "Houd jezelf niet voor de gek. Denk niet dat jij niet zondigt. Denk niet dat er ooit een tijd komt dat jij niet meer zondigt. Want als je dat denkt ben je niet realistisch. Je houdt jezelf voor de gek. Zonde is en blijft een deel van ons aardse leven".
Zonde doen betekent dat wij zondigen en zo gauw wij dat ontdekken die zonde belijden aan onze Heer en indien nodig en mogelijk ook aan onze naaste. We proberen het weer goed te maken en nemen ons voor op te passen met betrekking tot deze zonde.
Zonde hebben is heel anders. Het betekent dat wij een zonde in ons leven hebben waarmee wij niet afrekenen. Een zonde die wij bewust in ons leven laten. Een zonde die wij mogelijk zelfs koesteren. Voorbeelden zijn: lauwheid, een kritische geest, afgunst, onreinheid, hebzucht, oneerlijkheid ... enz. enz.
Zonden doen is volgens Johannes niet goed, maar wel normaal. Zonden hebben is funest voor ons christenleven. Zonden die wij bewust in ons leven laten maken ons christen leven kapot en onvruchtbaar.
Zonde doen betekent dat wij zondigen en zo gauw wij dat ontdekken die zonde belijden aan onze Heer en indien nodig en mogelijk ook aan onze naaste. We proberen het weer goed te maken en nemen ons voor op te passen met betrekking tot deze zonde.
Zonde hebben is heel anders. Het betekent dat wij een zonde in ons leven hebben waarmee wij niet afrekenen. Een zonde die wij bewust in ons leven laten. Een zonde die wij mogelijk zelfs koesteren. Voorbeelden zijn: lauwheid, een kritische geest, afgunst, onreinheid, hebzucht, oneerlijkheid ... enz. enz.
Zonden doen is volgens Johannes niet goed, maar wel normaal. Zonden hebben is funest voor ons christenleven. Zonden die wij bewust in ons leven laten maken ons christen leven kapot en onvruchtbaar.
woensdag 20 februari 2013
(Opbouwende) kritiek
Met Uitdaging en ook met deze website timmeren wij aan de weg. Dat trekt automatisch waardering, maar ook kritiek aan. Uitdaging is te dik of te dun, te groot of te klein. De inhoud van de krant of de website is te evangelisch of te reformatorisch. Te direct of te vaag.
Er zijn verschillende soorten kritiek. Soms is kritiek niets anders dan het ventileren van jaloezie (zie gisteren). Ja, ook onder christenen is er helaas veel nijd. Ook als het woord 'opbouwend' aan kritiek wordt toegevoegd betekent dat soms niet meer dan het vergulden van iets wat negatief bedoeld is. Dit soort kritiek mogen wij niet tot ons laten doordringen. Het breekt af en maakt kapot.
Als echter een vriend, dus iemand die het goed met jou meent, kritiek uit, dan is dat een heel ander geval. Spreuken zegt hierover "Oprecht zijn de wonden door een vriend geslagen, maar overvloedig zijn de kussen van een vijand" (27:6).
Het probleem is natuurlijk het onderscheiden tussen goede kritiek en afbrekende kritiek. Onderscheiden is echter een gave die de Heilige Geest schenkt. Als wij vervuld zijn met Zijn Heilige Geest en oprecht met Hem wandelen zal Hij ons inzicht geven in kritiek die wij ons ter harte moeten nemen en kritiek die wij van ons af kunnen laten glijden.
Er zijn verschillende soorten kritiek. Soms is kritiek niets anders dan het ventileren van jaloezie (zie gisteren). Ja, ook onder christenen is er helaas veel nijd. Ook als het woord 'opbouwend' aan kritiek wordt toegevoegd betekent dat soms niet meer dan het vergulden van iets wat negatief bedoeld is. Dit soort kritiek mogen wij niet tot ons laten doordringen. Het breekt af en maakt kapot.
Als echter een vriend, dus iemand die het goed met jou meent, kritiek uit, dan is dat een heel ander geval. Spreuken zegt hierover "Oprecht zijn de wonden door een vriend geslagen, maar overvloedig zijn de kussen van een vijand" (27:6).
Het probleem is natuurlijk het onderscheiden tussen goede kritiek en afbrekende kritiek. Onderscheiden is echter een gave die de Heilige Geest schenkt. Als wij vervuld zijn met Zijn Heilige Geest en oprecht met Hem wandelen zal Hij ons inzicht geven in kritiek die wij ons ter harte moeten nemen en kritiek die wij van ons af kunnen laten glijden.
dinsdag 19 februari 2013
Het monster van afgunst
Gisteren hebben wij het gehad over de zonde van lauwheid, die een gruwel is voor God. Er is nog een grote zonde, die veel andere zonden in haar kielzog meesleurt. Dat is de zonde van jaloezie, naijver en afgunst. In wezen zegt deze zonde: ik gun jou niet wat jij hebt, of, ik wil hebben wat jij hebt. Deze afgunst kan van gemene steken onder water, laster en diefstal zelfs tot moord leiden.Jaloezie is er zolang er mensen zijn en zelfs al daarvoor. De engelen in de hemel rebelleerden tegen God, nog voordat een mens geschapen was, omdat ze gelijk wilden zijn aan God (Jesaja 14:12-14). Adam en Eva zondigden omdat ze ‘als God wilden zijn’ (Genesis 3:5). Kaïn doodde zijn broer Abel omdat hij jaloers was op zijn relatie met God (Genesis 4:8). De Israëlieten bouwden de toren van Babel omdat ze tot de hemel wilden reiken (Genesis 11:1-9).
Ik heb geleerd dat jaloezie een monster is. Nee, ik wil het nog sterker weergeven. Jaloezie, maakt van normale, aardige mensen, monsters, omdat zij reageren en handelen op een manier die buitensporig is en ver uitgaat boven de eigenlijke situatie. Een vrouw lastert over haar vriendin omdat zij zwanger is en zij niet. Een medewerker steelt bij zijn werkgever omdat hij het niet kan verkroppen dat het hem financieel beter gaat. Een man slaat zijn vrouw omdat zij vriendelijk was tegenover een vriend.
Het tegenovergestelde van jaloezie - en daarmee de genezing voor jaloezie - is dankbaarheid. "Dank U Heer, dat U van mij houdt. Dank u voor al het goede dat U mij gegeven hebt. Dank U dat U voor mij zorgt. Dank U voor alles wat mijn naaste heeft. Dank u dat het mijn buurman goed gaat".
Speelt jaloezie een rol in jouw leven? Zeg niet te snel nee, want jaloezie kruipt heel gemakkelijk en onopvallend in de ziel. Als je toch afgunst ontdekt, vertel het eerlijk aan God en dank Hem voor zijn unieke weg in jouw leven.
maandag 18 februari 2013
De grootste vloek!
Het gaat niet goed met het christendom in Nederland en Vlaanderen. Veel kerken staan leeg. Het morele verval is enorm. Het zout heeft zijn kracht verloren.
Wat is het grootste probleem?
Het is niet materialisme.
Het is niet het feit dat de wereld ons meer beïnvloedt dan wij de wereld beïnvloeden. Het grootste probleem is de duivel van lauwheid. Veel christenen zijn niet meer enthousiast over Jezus. Ze geloven het allemaal wel.
Vertrouwen op God? Wat is dat?
Leven vanuit de kracht van de Heilige Geest? Ken ik niet!
Gebedsverhoring? Beleef ik nooit!
Jezus navolgen? Ja, ik probeer goed te leven.
In Openbaring 3:14-16 kunnen wij lezen hoe God denkt over lauwheid. Daar staat: "Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen".
Dat is een heel krachtige uitdrukking. Wanneer spuug je iets uit? Als het verschrikkelijk smaakt. Als het vies is.
Zo spuugt God christenen uit die lauw zijn. Voor God is lauwheid vies, onsmakelijk, ja, om te kotsen. Lauwheid is erger dan zondigen. Voor zonde biedt God vergeving aan. Van lauwheid wil Hij zich ontdoen.
Hoe is het als God jou 'proeft'? Is dat aangenaam voor Hem of krijgt Hij dan braakneigingen? En als je moet concluderen dat de duivel van lauwheid ook jouw leven in zijn greep heeft, doe er dan iets aan?
Wat?
Beleid jouw zonde van lauwheid. Vertel God dat je een nieuwe start wilt maken. Leef met Jezus. Volg Hem na. Laat je door Hem leiden. Vertrouw Hem. Ga het avontuur met Hem aan van een sprankelend en dynamisch christenleven.
Lauwheid is een keuze!
Toewijding ook!
Wat is het grootste probleem?
Het is niet materialisme.
Het is niet het feit dat de wereld ons meer beïnvloedt dan wij de wereld beïnvloeden. Het grootste probleem is de duivel van lauwheid. Veel christenen zijn niet meer enthousiast over Jezus. Ze geloven het allemaal wel.
Vertrouwen op God? Wat is dat?
Leven vanuit de kracht van de Heilige Geest? Ken ik niet!
Gebedsverhoring? Beleef ik nooit!
Jezus navolgen? Ja, ik probeer goed te leven.
In Openbaring 3:14-16 kunnen wij lezen hoe God denkt over lauwheid. Daar staat: "Dit zegt Amen, de trouwe en betrouwbare getuige, het begin van Gods schepping: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent en niet warm. Was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen".
Dat is een heel krachtige uitdrukking. Wanneer spuug je iets uit? Als het verschrikkelijk smaakt. Als het vies is.
Zo spuugt God christenen uit die lauw zijn. Voor God is lauwheid vies, onsmakelijk, ja, om te kotsen. Lauwheid is erger dan zondigen. Voor zonde biedt God vergeving aan. Van lauwheid wil Hij zich ontdoen.
Hoe is het als God jou 'proeft'? Is dat aangenaam voor Hem of krijgt Hij dan braakneigingen? En als je moet concluderen dat de duivel van lauwheid ook jouw leven in zijn greep heeft, doe er dan iets aan?
Wat?
Beleid jouw zonde van lauwheid. Vertel God dat je een nieuwe start wilt maken. Leef met Jezus. Volg Hem na. Laat je door Hem leiden. Vertrouw Hem. Ga het avontuur met Hem aan van een sprankelend en dynamisch christenleven.
Lauwheid is een keuze!
Toewijding ook!
vrijdag 15 februari 2013
Ik was Paus!
Afgelopen week heeft Paus Benedictus XVI meegedeeld dat hij zijn werk als hoofd van de katholieke kerk neerlegt. Een verrassende en ongebruikelijke beslissing.
Deze gebeurtenis bracht in mij herinneringen boven die meer dan een halve eeuw oud zijn. Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin op een kleine boerderij in Zuid-Limburg. Mijn ouders hadden zeven kinderen. Ik ben nummer twee in dat rijtje. Het was voor mijn ouders zeker niet gemakkelijk zoveel kinderen te verzorgen en op te voeden. Geld was er niet. We leefden van wat de boerderij leverde: aardappelen van de kleine perceeltjes land die verspreid rond ons dorpje lagen, groenten uit de tuin, eieren van de eigen kippen, vlees van de varkens. Onze moeder naaide uit oude jassen van mijn vader, korte broeken voor ons. Een keer per week werden alle zeven kinderen in een kuip gewassen, in hetzelfde badwater dat op het fornuis verwarmd was. Het leven was eenvoudig en goed.
Het geloof werd bij ons heel serieus genomen. Niet alleen gingen wij 's zondags naar de kerk, iedere morgen voordat wij naar school gingen bezochten wij eerst de mis. 's Avonds na het avondeten knielden wij allen neer om samen de rozenkrans te bidden. Mijn vader bad voor en wij baden na.
En natuurlijk was ik misdienaar. Toen ik negen was werd ik uitverkoren om Paus te zijn in een missieoptocht. Ik werd op een troon door het dorp gedragen (zie foto). Ik mocht de mensen zegenen. Wat was ik trots. Natuurlijk wilde ik daarna de echte Paus worden. Gelukkig ging dat niet door en mocht ik mijn eigen persoonlijke weg tot God vinden. Daarover kunt u lezen in mijn blog.
Ik wens u een mooi weekend toe!
Deze gebeurtenis bracht in mij herinneringen boven die meer dan een halve eeuw oud zijn. Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin op een kleine boerderij in Zuid-Limburg. Mijn ouders hadden zeven kinderen. Ik ben nummer twee in dat rijtje. Het was voor mijn ouders zeker niet gemakkelijk zoveel kinderen te verzorgen en op te voeden. Geld was er niet. We leefden van wat de boerderij leverde: aardappelen van de kleine perceeltjes land die verspreid rond ons dorpje lagen, groenten uit de tuin, eieren van de eigen kippen, vlees van de varkens. Onze moeder naaide uit oude jassen van mijn vader, korte broeken voor ons. Een keer per week werden alle zeven kinderen in een kuip gewassen, in hetzelfde badwater dat op het fornuis verwarmd was. Het leven was eenvoudig en goed.
Het geloof werd bij ons heel serieus genomen. Niet alleen gingen wij 's zondags naar de kerk, iedere morgen voordat wij naar school gingen bezochten wij eerst de mis. 's Avonds na het avondeten knielden wij allen neer om samen de rozenkrans te bidden. Mijn vader bad voor en wij baden na.
En natuurlijk was ik misdienaar. Toen ik negen was werd ik uitverkoren om Paus te zijn in een missieoptocht. Ik werd op een troon door het dorp gedragen (zie foto). Ik mocht de mensen zegenen. Wat was ik trots. Natuurlijk wilde ik daarna de echte Paus worden. Gelukkig ging dat niet door en mocht ik mijn eigen persoonlijke weg tot God vinden. Daarover kunt u lezen in mijn blog.
Ik wens u een mooi weekend toe!
Abonneren op:
Posts (Atom)












